Fonck en Moens: bien étonnés de se trouver ensemble?

Door Jan Vercammen op 8 december 2016, over deze onderwerpen: Geneesheren, Volksgezondheid, Artsen

In ‘De Standaard’ van 8 december vernemen we dat de instroom van buitenlandse artsen voornamelijk in Brussel en Wallonië flink toeneemt: 41% van de nieuwe RIZIV-erkende artsen (2015) heeft er een buitenlands diploma. Koren op de molen van sommige artsenbonden en politic(i)(ae).

Eén van de ondergetekenden zat, samen met de huidige Minister van Volksgezondheid, op de laatste wagon van de plethoratrein: als gevolg van het teveel aan artsen, ontstonden diverse problemen. Samenvatten is nodig om het leesbaar te houden.

  • Ten eerste: lege wachtzalen bij beginnende artsen. Na zeven tot negen jaar zware studies je eigen wachtzaalmagazines opeten van ellende. Ofwel een dure overname van een oude succesvolle collega, waarvan de helft boven de tafel. Slik.
  • Tweede gevolg: artsen die te weinig werk hebben, zijn intelligente wezens, maar ‘experience is the name one gives to all his mistakes’… Zonder ervaring was Dr. House geen Dr. House. U en ik als patiënt willen natuurlijk wel een Dr. House. Met twee patiënten per week geraak je daar niet, met twee per dag ook niet, ook al is je situatie al 500% verbeterd. (Een ingangsexamen loste dit probleem op, tenminste in het Vlaamse landsdeel, dat zich aan de afspraken hield).
  • Derde evolutie: die artsen - intelligente mensen, remember- zoeken dan alternatieven : opdrijven van de te kleine omzet door extra prestaties… De wetten van de economie gelden ook in de de witte wereld. Alleen: driekwart van die omzetstijging moet opgehoest worden door Vadertje Staat.  De ‘aanbodsgestuurde’ zorg zag het levenslicht en zal in budgettair moeilijke tijden een scheermes in de toegenaaide zakken van onze minister blijven. (Onder andere bij de herziening van de ziekenhuisfinanciering!)

In de commissie van Volksgezondheid moeten we als verplichte steunberen van de huidige coalitie, regelmatig aan zelfcensuur doen: ons N-VA-karretje, vol sterk werk, is niet voor alle coalitiepartners verteerbaar.  Onze standpunten terzake waren altijd duidelijk: pleiten voor een herwaardering van de huisarts, dus ook een beperking in de studies, hoe pijnlijk ook. Pleiten voor de rechten van de Vlaamse patient temidden van het Francofone en internationale Brussel en de rand. Een eenzame vaak stille strijd overigens. Vorige weken beweerden onze francofone commissiecollega’s nog bij hoog en bij laag dat er te weinig artsen waren in hun contreien, en voor een Vlaams taalprobleem in Brussel blijven ze al jaren stoicijns doof. Maar kijk: een wonder. Plots is er een taalprobleem en teveel –buitenlandse- artsen in Brussel en Wallonië.

Plots is het eengemaakte Europa, met vrij verkeer van kapitaal, goederen en diensten niet gewenst? Nochtans leiden Grote Belgische artsen internationale bedrijven en organisaties. Een vrucht van de taal te leren van de plaats waar men woont en werkt: voor ons een evidentie.

Francofone specialisten schragen als vanouds de meest militante artsenvakbond van Dr. Moens.  Collega Fonck ruikt als sterke politica het electorale gat. Tot vandaag bestaat er de facto geen quotum aan franstalige zijde, tenminste toch nog geen waar iemand daar zich ooit aan gehouden heeft.

Varianten op ‘Eigen volk eerst’? Het kan verkeren, zei Bredero.

 

Jan Vercammen, cardioloog, N-VA Kamerlid

Yoleen Van Camp, Doctor in de Medische Wetenschappen, N-VA Kamerlid

 

 

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is