Catenaccio in de ziekenhuisfinanciering?

Door Jan Vercammen op 9 oktober 2017, over deze onderwerpen: Geneesheren, Ziekenhuizen

Bart Haeck in De Tijd, dd. 05/10/2017, stelt: om ziekenhuizen financieel gezond te maken, moeten er twee taboes sneuvelen. De samenwerking tussen de ziekenhuizen en aan de artsenvergoedingen.  Aan het eerste wordt gewerkt, aan de artsenverloningen niet. Is dat zo?

 

Misschien toch eerst enkele feiten: de kaasschaaf passeert elk jaar door de artsenhonoraria, wellicht tot ze heel luid ‘auw’ roepen en tot de actie overgaan.

De Anesthesisten-de dokters die je in slaap doen en zorgen dat je ook weer wakker wordt -  lopen op 7 oktober storm tegen hun forfaitarisering in de laagvariabele zorg. Minder dan 10% van de dermatologen (huidziekten) volgen de conventietarieven nog, wegens hopeloos onvoldoende. De geldstroom van supplementen en dure hospitalisatieverzekeringen verraden een tweede gezondheidspijler, die ondertussen bijna 2 miljard weegt. Dat is het hele budget van justitie.

 

Tweede zogenaamd ‘taboe’: samenwerking tussen ziekenhuizen.

Artsen zijn nogal individualistisch van nature. Collega’s met een maatschappelijke of politieke roeping moet je zoeken met een vergrootglas. Soms/vaak dienen ze een particulier belang. Soms zijn ze van socialistische/communistische inslag. Met bijhorend idealisme, dat de realiteitstoets moeizaam doorstaat. Staatsgeneeskunde werkt nergens. Klinisch-biologen en andere collega’s uit technische disciplines treft men vaak aan in bestuurs- en overlegorganen. Pediaters, psychiaters en andere collega’s die afhangen van een direct patiëntencontact hebben het moeilijker: vergadertijd gaat immers ten koste van het inkomen. In tegenstelling met vergadertijgers uit diverse ziekenhuisadministraties, ambtenaren, kabinetsleden of verkozen politici als ondergetekende.

waterhoofd

Nu de wetteksten omtrent de netwerkvorming tegen het licht worden gehouden,  wordt het stil bij de ziekenhuisartsen. Enerszijds dreigt een waterhoofd van tussenniveaus. De administratieve molen neemt al jaren toe, onder andere door dure buitenlandse auditoren zoas JCI en NIAZ. De eerste kleine ziekenhuizen grossieren in vaccatures die niet meer opgevuld geraken, of worden opgepeuzeld. Een blik op de website van Torhout, Deinze of Veurne is bijzonder leerrijk. Het ontstaan van ‘villageneeskunde’ en de vlucht naar de monodisciplinaire privé ziekenhuizen kan men in de grotere steden al lang vaststellen. Iets fundamenteels lijkt bepaalde specialisten de ziekenhuiswereld uit te jagen. Sauve qui peut?

Vertegenwoordiging

Het BVAS (de grootste artsenvakbond) voelt zich nu bedrogen. No taxation without representation.

In elke instelling zijn de clinici ondervertegenwoordigd in Raden van Bestuur, zeker wie naar de bedragen kijkt die de artsen in de begrotingen ophoesten. De hoofdartsen? Ze worden ‘arbiter zonder fluitje’ genoemd, zijn vaak (soms echt) tandenloze collega’s op weg naar hun pensioen, en/of meer manager dan arts. De Medische Raden hebben beperkte bevoegdheden, waar daarenboven de diverse disciplines vooral hun eigen belangen verdedigen en enig idealisme meestal snel sneuvelt. Samenwerking van de grote managers op ziekenhuisniveau en koepelvorming lijkt vooral  lucratieve carrièrejagers goed uit te komen. Het zullen de artsen ‘on the floor’ zijn die dat loonzakje mogen vullen…

 

Wie vertegenwoordigt de ziekenhuisartsen écht, nu beheerders, ziekenfondsen en de bevoegde minister naar de vetpotten van de honoraria willen kijken?  

 

Het wordt een warme herfst op veel vlakken.

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is