Betere zorg voor minder, dat doen wij samen

Door Jan Vercammen op 10 oktober 2016

Dr. Yoleen Van Camp is verpleegkundige, gedoctoreerd in de Medische Wetenschappen. Dr. Jan Vercammen is cardioloog. Beiden zetelen in de Kamer voor de N-VA. En beiden storen zich duchtig aan de uitlatingen van CM-topman Luc Van Gorp. Die stelde dat artsen grootverdieners zijn in wiens verloning de schaar gerust gezet mag worden, om besparingen te verwezenlijken. Onder het NIMBY-motto “als mijn mutualiteit maar niet moet inleveren” en met als doel om te polariseren. Van Camp en Vercammen zetten zich expliciet af tegen de polemiek die de CM-topman heeft willen zaaien en lichten toe waar wél de uitdagingen in de gezondheidszorg liggen: een betere zorg voor minder, en betere werkomstandigheden voor zorgpersoneel. Van Camp en Vercammen –verpleegkundige en cardioloog– werken, zoals ze dat in een zorginstelling zouden doen, ook in de Kamer sàmen aan een betere zorg voor minder. Voor de patiënt, en mét elkaar.

 

9 tot 12 jaar studeren en dan de volle verantwoordelijkheid over mensenlevens dragen. Dag in, dag uit. Shiften draaien, van wacht zijn en dan ook nog eens gemiddeld een 40% van je inkomsten aan het ziekenhuis waar je werkt afdragen. Dat de CM-topman artsen dan als geldwolven afschildert, gaat er bij ons, arts én verpleegkundige, niet in. Dat de verloning en de werkomstandigheden van verpleegkundigen te wensen overlaat, betekent nog niet dat die frustratie op een collega-beroepsgroep uitgewerkt moet worden. Het klopt dat de verloning van de artsen niet perfect is. Tussen de specialisaties zitten te grote verschillen. En de focus ligt te sterk op technische prestaties, en veel te weinig op emotionele belasting, bijvoorbeeld. Maar dat is gekend. En dat wordt ook aangepakt in de zogenaamde “herijking van de nomenclatuur”.

 

Wel terecht stelt Van Gorp dat de witte sector naar opwaardering snakt. Maar die boodschap ging verloren door de artsen te laken. Jammer. Want de zorginstellingen gaan kopje onder. De overheid betaalt maar één verpleegkundige per liefst 13 patiënten – vergelijkbaar met Griekenland en Polen (in Noorwegen is dat één verpleegkundige per 5 patiënten). De normbestaffing werd sinds ’60 nauwelijks bijgestuurd. Ondertussen steeg wel het aantal patiënten en de zorgzwaarte. De (te) hoge werkdruk uit zich in een verzuim dat op 10 jaar tijd met 38% gestegen is. Maar ook de kwaliteit van zorg lijdt eronder. Per patiënt extra op een verpleegdienst, stijgt de kans op een vermijdbaar overlijden met 7%. In de thuiszorg is de situatie geen haar beter. Meer dan de helft van de honoraria dekken de kosten niet. Zo krijgt een thuisverpleegkundige voor het spoelen van een heparineslot €4,58 – dat dekt niet eens materiaal, laat staan administratie en verplaatsing! Het forfait voor dezelfde handeling intramuros beloopt €29,85. Inzetten op thuiszorg is thans per patiënt per dag een netto besparing van zo’n 300 euro (de ligdagprijs). En mensen worden ook het liefst thuis verzorgd.

 

Sommige gezondheidseconomen beweren dat er zo tot 14% te besparen valt, door verspillingen aan te pakken. Op een budget van 26 miljard spreken we over astronomische bedragen. Wij, nuchtere zorgverleners, rekenen ons zo snel nog niet rijk. Maar zelfs als de overheid erin slaagt om de helft van de verspillingen in de zorg aan te pakken, komt er een pak geld vrij – voor het zorgpersoneel, en voor de patiënt. Betere zorg, voor minder geld. Het kan en daar zetten wij, verpleegkundige en arts, ons samen voor in.

 

 

Contact

dr. Yoleen Van Camp – Kamerlid (N-VA) en ondervoorzitter commissie Volksgezondheid – 0497 0800 71 of 0498 138 075 – yoleen.vancamp [at] n-va.be

Dr. Jan Vercammen – Kamerlid (N-VA) en cardioloog – 0495 770 870 – jan.vercammen [at] n-va.be

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is