Physician-assisted suicide en euthanasie: transatlantisch perspectief

Door Jan Vercammen op 24 november 2017, over deze onderwerpen: Palliatieve zorg, Volksgezondheid, Euthanasie

(n.a.v. Ann Intern Med 2017sep 19)

Recent verscheen een artikelreeks in de ‘Annals of Internal Medicin’. Hoogst lezenswaardig gezien alle strekkingen uitgebreid aan bod komen, pro en contra. Aan de overkant van de plas is enige nuance over euthanasie vaak nog verder te zoeken dan in onze debatten over het levenseinde. In België heeft de wetgever  altijd de discussie verfijnd: we praten in de Nederlanden over ondraaglijk lijden van terminale zieken, niet over het  bredere ‘medisch geassisteerde zelfmoorAls besluit neemt de ‘American Collega of Physicians’ een standpunt in. Een samenvattende bloemlezing.

 

Twintig jaar geleden werd Oregon de eerste staat waar physician-assisted suicide (PAS) bij wet werd toegelaten. Dertig andere staten hebben gelijkaardige wetgevende initiatieven verworpen. Zes andere staten gingen over tot legalisatie of lieten een juridische ‘ruling’ toe.

 

Voorstanders argumenteren dat artsen de plicht hebben om de autonomie van de patiënt te respecteren, het lijden te verlichten en hem/haar te ondersteunen op crisismomenten. Volgens tegenstanders moeten artsen elke schade aan de patient vermijden: suicide is strafbaar, eraan meewerken dus ook. Patiëntenautonomie is geen absoluut recht. Sociale aanvaarding van PAS vormt het beginpunt van “a slow slide down a slippery slope” richting onvrijwillige euthanasie, moord dus. Alsof een geslaagd rij-examen het begin is van een fatale frontale botsing.

Het ethisch landschap over het levenseinde blijft verwarrend, met inbegrip van de verplichting van de arts om rekening te houden met de beslissing van de patiënt om levensreddende behandelingen te stoppen of niet verder te zetten, (ondraaglijke) pijnen te verlichten, ook als de daarvoor gebruikte therapie het leven verkort. Terminaal ziek zijn brengt verschillende soorten leed met zich mee. Niet alleen fysieke pijn en klinische depressie die met medicatie moet ondervangen worden, maar ook geestelijk en existentieel lijden waar zuiver medische antwoorden zelden volstaan. Sommigen vragen zich zelfs af of dit wel een project is waar artsen zich moeten mee bezig houden. Vreemde redenering: het lijkt wel alsof een kok zich niet zou mogen bezig houden met de afwas?

 

Is het redelijk om aan de geneeskunde te vragen om alle menselijk lijden te verlichten? Is een gemedicaliseerde dood een goede dood? Wie denkt aan onfortuinlijke machinisten die regelmatig ‘s nachts mensen moeten doodrijden, antwoordt wellicht nu  ‘ja’.

Volgens tegenstanders is ‘een dood voorschrijven’ geen afdoend antwoord op de noden van stervenden en hun familie. Nadruk op palliatieve zorgprocessen zijn aan de orde: hiervoor wordt een 12-stappenplan voorgesteld. Kritiek hierop: wat dan na stap 12? ‘Last resort’ wettelijke opties moeten hier toch mogelijk zijn? Artsen die, wanneer hun patiënt vraagt om te mogen sterven, het daar niet mee eens kunnen zijn, mogen toch een zekere verplichting voelen hun patiënten op weg te zetten naar collega’s die hier wel verder in kunnen gaan?

 

In de Amerikaanse literatuur wordt onze Belgische situatie, met een permissieve en niet wettelijk geregelde palliatieve sedatie als voorbeeld gegeven van de ‘slippery slope’-hypothese. In de nederlanden worden volgens dezelfde bronnen honderden mensen omgebracht zonder hun uitdrukkelijke toestemming omwille van ouderdom, psychische ziekten of dementie. O ironie.  De grootste tegenstanders van onze euthanasiewetgeving worden op één hoop worden geveegd met de vurigste verdedigers van dezelfde wet. Vreemd perspectief uit dat vreemde land met z’n vreemde president.

 

Dezelfde auteurs vervolgen: de intrinsieke waarde en waardigheid van het menselijk leven overstijgen het individu en de gemeenschap, ook als het individu tijdelijk of definitief er voor zichzelf niet meer in gelooft. Praat voor de vaak in een wereld waarin mensen dagelijks hun beste krachten en hun leven geven voor hun medemens in oorlogsgebieden, de strijd tegen uiterst besmettelijke en gevaarlijke ziekten, in stralingsgebieden na grote rampen, bij gigantische bosbranden, terrorisme en banditisme?

Noodrem

Tenslotte enkele sprekende cijfers uit Oregon. Slechts 64% van de patiënten die een dodelijk voorschrift ontvingen, gebruikten het ook. Deze vaststelling maken we ook in België: patiënten voelen zich blijkbaar rustiger, eens ze weten dat er een noodrem hangt op de trein van hun ellende die toch maar één bestemming heeft.

Vooral jongeren en universitairen beroepen zich op de euthanasiewetgeving. 77% lijden aan kanker, 8% aan ALS (amyotrofe lateraalsclerose). Belangrijkste aanleiding: het verlies van autonomie en levensvreugde in dagelijkse activiteiten. Slechts 0,6% van het artsenkorps neemt deel aan euthanasieprogramma’s, de meesten overigens maar één keer. Allemaal gegevens die wellicht evenveel uitroep- als vraagtekens oproepen.

Veel artsen voelen een uitgesproken mening pro- of contra euthanasie, en de meeste anderen weten niet goed wat te denken. Toch worden we in onze job of in ons gezinsleven vroeg of laat met onze neus op een pijnlijke realiteit gedrukt. Om de eigen inzichten aan te scherpen, kan deze artikelenreeks bouwstof bieden.

De ‘American College of Physicians’ adviseert alvast opnieuw tegen legalisatie…

Of hoe een taboe overeind blijft… in het land van het ‘F…-word’ en de vrije wapendracht.

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is